Beelden
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden (1169)
- Categorie: Beelden
ETALEREN in OOST-EUROPA
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije

Nooit heb ik een afdoende verklaring gevonden!
Waarom is het zo dat in alle voormalige communistische landen de kleuren bruin en flets zijn, dat gebouwen bijna zonder uitzondering in verval raken en afbladderen?
Wat heeft dat alles met communisme te maken? Waarom kunnen mensen in die landen niet etaleren? Kijk maar mee naar een paar foto's uit de stad Szigetvár in Hongarije.
Ze zijn binnen een kwartier genomen.
Die van die blote vrouw voor het ziekenhuis is wel heel bijzonder.
Heeft de maker gedacht dat ziektes op deze manier bestreden moeten worden.



Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden (1169)
- Categorie: Beelden
GEEN STIJL
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Geen Stijl.
Dat is de geuzennaam voor niet kunnen schrijven
Popie Jopie doen
Flitsen want anders zappen ze weg
Negers Negerts noemen
Met weerzin maar hun publieksreacties bekeken
Een bloemlezing

#strerph!
tweenpuntnul-powers
gangstra-rap
gun preacher
moralfags
pledgen
de gemiddelde kuddelander
memes
no biggy
In deze tijd leven we nu.
Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden (1169)
- Categorie: Beelden
What's your profession?
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Iedere donderdagavond logeerden wij, jongens en meisjes van de omroep, in een hotel te Hilversum. Het hotel was hard op weg een soort Fawlty Towers hotel te worden. Een beroemde Britse comedyserie met John Cleese en Prunella Scales in de hoofdrollen. De serie werd gemaakt tussen 1975 en 1979 en is vaak herhaald en tot mijn verwondering nooit verbleekt. Maar goed, dit Hilversumse hotel kreeg trekken van die serie met als werkelijk hoogtepunt dat nachtportier Chris 's ochtends de poltie liet komen omdat hij de eerste ontbijtgasten aanzag voor inbrekers. Jarenlang kwamen wij rond een uur of negen en lieten de nacht gemoedelijk komen.
Vaak kwamen er ook gasten van buiten de omroep en die praatten gewoon met ons mee. Als het hard regende een man uit Hilversum die zo melancholiek werd als hij de regen hoorde tikken op zijn pannetjes en daarom maar naar het hotel kwam. Of een vrouw van in de zeventig die een opvallende vorm van dementie had. Zij was een half uur helder en zei daarna zo maar uit het niets dat ze naar Johannesburg moest vliegen omdat haar man daar op haar wachtte. Hij was al jaren dood.
Op een avond ben ik daar nog alleen, de anderen zouden later komen. HI BLOKE, een sportieve Engelsman komt binnen en vraagt of hij naast me mag komen zitten. SURE. We raken in gesprek, dat wil in dit geval zeggen dat hij meestal aan het woord is. LISTEN, toen ik twintig werd en toch eens een beroep moest kiezen, kon ik eerst niks verzinnen. Ondanks mijn jonge leeftijd kreeg ik later een heldere ingeving. Het moest een beroep worden dat je net zo goed niet kon doen. WHAT'S YOUR PROFESSION vroeg hij.
Ik zei dat ik bij de radio werkte. Zo'n soort beroep dus. Hij vond een baan bij een fabriek waar ze moeren, bouten en schroeven maakten. De direkteur had besloten tot deze produkten omdat ze van alle tijden waren en niet konden worden vervangen door andere bevestigingsmaterialen. Stabiliteit, daar ging het om. John, want zo heette hij, kwam met de directeur overeen dat hij nooit vakantie hoefde. Als tegenprestatie mocht hij best zo af en toe er een paar dagen tussen uit. Moeren, bouten en schroeven kunnen rustig even wachten. Wat doet U dan in die paar dagen, vroeg ik hem. Hij haalde een foto uit zijn zak: een prachtige gele dubbeldekker. Ik ga naar mijn vliegtuig en bel de verkeerstoren en vraag waar ik heen moet. Zij mogen het bepalen. Zo ben ik eigenlijk hier gekomen, de toren vond Hilversum wel een goede bestemming. De toren had die naam wel eens op zijn radio zien staan. AND NOW I AM SITTING HERE WITH YOU FROM THAT RADIO, AMAZING. Het werd nog laat en de collega's kwamen maar niet. John kwam met een voorstel. Vergeet morgenochtend die hele radio en vlieg met me mee. Waarheen dat zien we morgen, verkeerstorens hebben altijd wel een idee.
Die nacht heb ik bijna niet geslapen. Zomaar weg gaan, de boel de boel laten, het is niet mijn stijl. Bij het ontbijt kwam ik erachter dat John al weg was, hij had mijn aarzeling begrepen. Moeren, bouten en schroeven kunnen wachten, de radio kan dat niet.
Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden (1169)
- Categorie: Beelden
Vervallen huizen,tandeloos volk
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
Dit land doet mateloos zwelgen
Zich verliezen in dromen en drank
Eenvoud en rust zo tastbaar
En geluk dat nogal dichtbij ligt.
Vervallen huizen, tandeloos volk
smoezelig de café's
kerken als stille getuigen van toen
een organiste van 80 met reuma
Af en toe een brommer
nu en dan een auto
honden, eenden, kippen
klinken er dwars door heen
Bossen, beken, velden, maïs
vette aarde, geurig gewas
oorverdovende stilte
de stadsjongen worstelt
Dit: baarmoeder van nieuw leven
bakermat van nieuw begin
keerpunt in weeën van pijn:
terug naar de grondsmaak.
Klik HIER voor alle Photosophieën
- Details
- Hoofdcategorie: Beelden (1169)
- Categorie: Beelden
DE LAATSTE ZAAL
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)
Foto: Hans Molenkamp
1 + 1 = 3
Hij hield het thuis niet meer uit, de muren kwamen op hem af. Dat was al jaren zo, maar nu werd het teveel. Dus ging hij maar naar die zaal, waar zij kookte. Kookte? Nou ja zo goed en kwaad als het ging.
Moest ze kippensoep maken dan kookte ze water en dacht sterk aan kippen.
Hij kwam er sinds een jaar. Istvan kende elke stoel, iedere dode plant, alle stomme gewoontes en gesprekken.
Zijn liefde die zo’n veertig jaar om hem heen had gelopen, was het vorige jaar weggescharreld. Een weg in die hij nog niet hoefde op te gaan, die van de dood.
Vanaf dat moment kwam hij overal alleen voor te staan. Hij wist dat hij tot weinig in staat was, maar vooral wist hij dat dit weinige gedaan moest worden.
Dat had zij nog in het ziekenhuis gevraagd: ''Istvan, je doet het toch wel?''
''Ja'', had hij gezegd, ''ik doe het. Ik zal je kippen eten geven, ik zal de klok opwinden, maar ik zal nooit meer aan onze tafel eten. Dat kan niet meer''.
Zij had hem aangehoord, was gaan schreien en had nog zacht gezegd dat hij dan maar in die zaal bij haar moest gaan eten. Het was er tenslotte niet duur en de zaal was iedere dag open. Daarna was de tijd op en sloot ze voorgoed haar ogen, buiten reden de bussen gewoon door.
Istvan keek om zich heen. Er waren nog meer mannen die aan een tafeltje zaten met dezelfde soep.
Niemand praatte nog met hem en hij wist wel waarom. Een keer was hij aan een gesprek met de mannen begonnen, maar het bleek een gesprek te zijn waar men daar in die zaal niet van hield. Istvan had beweerd dat 1 + 1 gelijk aan drie was. Ongelovig keken ze hem aan. Heel hun leven hadden ze gedacht dat 1 + 1 twee was en nu deze onzin. ''Bewijs het Istvan, bewijs het'', hadden ze geroepen.
''Kijk'', zei Istvan: ''Er is een man, er is een vrouw. Dat is samen twee, maar samen hebben ze een leven dat ze zonder elkaar niet zouden hebben. 1 + 1 is dus drie''.
De mannen lieten hun eten staan en vertrokken. Later kwamen ze nooit meer bij hem in de buurt zitten. Eerst was Istvan ervan ondersteboven, hoewel niemand dat kon zien, hij zat gewoon rechtop. Later kwam hij tot een soort kalmte.
''Je kon je gedachten toch gewoon niet uitspreken. In je hoofd zijn ze veilig'', zo redeneerde hij. ''Je legt je overwegingen, onzin en fantasieën gewoon in de juiste laatjes en: alles went. Ook pijn. Als je iedere dag pijn hebt, heb je ook zekerheid''.
De zaal, je zou het ook het laatste station kunnen noemen, had alles wat een mens maar kon kwellen. Je zou het bijna een geniaal ontwerp kunnen noemen. Zorgvuldig was tot in detail voorzien dat de bezoeker ook maar een seconde van iets kon genieten.
Waar je ook keek, er was verval en lelijkheid. Istvan zag het en hoe vreemd: het dwong respect af. Respect voor het achteloze. Het drukte precies uit dat het land waarin hij woonde geen respect wenste te hebben voor mensen. De productie telde, dat was alles.
Ooit was hij als kind naar een Kindergarten gestuurd. Zijn vader en moeder werden door het systeem van het land gelijkwaardig verklaard en moesten dus beiden gaan werken. Het kind zou worden opgevangen. De eerste dag had hij zijn stoffen hond meegenomen, je kon nooit weten of er misschien geblaft moest worden. Al bij de deur werd de hond afgenomen. Privé-honden bleken niet te mogen, alles moest van iedereen zijn.
''Weer soep Istvan?'', vroeg de bemorste ober.
''Ja, weer soep'', antwoordde hij en nam zich voor dat iedere dag precies zo te doen.
Er viel een blad uit een dode plant.
Pagina 26 van 82

