Josefien
- Details
- Hoofdcategorie: Josefien (40)
- Categorie: Josefien
Op zoek naar het meeting-point

Ze is inmiddels 51 Josefien. Onhandig en vaak ongelukkig.
Ze woont met haar oude moeder aan de rand van Haarlem-Noord.
Sinds ze enigszins hersteld is van een burnout heeft ze haar werk op de boekhouding van de papierfabriek in Amsterdam weer hervat.
Ze heeft een brief gehad van Sigurd, de dikke Noor, die haar tijdens een cruise op de Middellandse zee het hof had gemaakt.
Sigurd wilde haar ontmoeten en Josefien had hem tot grote ergernis van haar vriendinnen meteen maar uitgenodigd.
Nice dress Josefien; May I kiss You?
Ze is nerveus, Josefien. Ze heeft haar zwarte rokje aan en het roze truitje met licht decolleté .
Ze zit in bus 300 van Tangenent en is op weg van Haarlem naar Schiphol.
De bus heeft vertraging, want ter hoogte van Vijfhuizen is een vrachtwagen gekanteld.
Als ze nou maar op tijd bij het meeting-point is, want daar heeft ze afgesproken met Sigurd, haar Noorse vriend die om 21.10 uur zou aankomen. Het is nu bijna 9 uur. Het sneeuwt licht en het is pikkedonker. Ze kijkt op haar horloge.
Zou ze hem bellen? Dat ze er niet op tijd kon zijn?
De bus gaat door Hoofddorp. Het is stil op straat. Gelukkig is het nog niet glad.
Ze belt. Antwoordapparaat. Natuurlijk.
In het vliegtuig moet je je mobieltje uitzetten. Ze zeiden dat dat gevaarlijk was.
Josefien begrijpt niet zo goed waarom.
Een vliegtuig kon toch niet neerstorten als je een mobieltje aan had. Flauwekul. Toch?
Het is bijna half tien als de bus op Schiphol arriveert.
Waar is nu dat meeting point?
En met welke vlucht komt hij eigenlijk?
Ze kijkt op haar papiertje. Was hij er al?
Ze raadpleegt de monitoren. Sigurd kwam uit Bergen. Maar ze kan heel Bergen niet vinden.
Zenuwachtig gaat ze naar een inlichtingenbalie.
Ach. De vlucht uit Bergen heeft een tussenstop gemaakt in Oslo. Vlucht DY 1256. Jawel. Landed. 21.05 uur.
Ze spoedt zich naar de Departures hal. Waar was dat meeting-point nu? Zou ze hem laten oproepen?
Opnieuw vraagt ze de weg en hoort dan dat ze naar de aankomsthal moet.
‘Dat rood-witte kreng mevrouw!’
Zou ze Sigurd -of Siggy, zoals ze hem in stilte noemde- eigenlijk wel herkennen? Het was al meer dan een jaar geleden.
Hij was behoorlijk dik geweest. En kaal.
Maar hij had juist geschreven dat hij was afgevallen en dat hij een haarstukje had genomen.
Josefien neemt de roltrap en spoedt zich naar die rare roodwitte kubus.
Daar is hij. Siggy! Onmiskenbaar.
Josefien kan een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Was dat nou alles.?
Hij is nog steeds behoorlijk dik en kaal. Bovendien ruikt hij onmiskenbaar naar drank.
Maar Sigurd lacht en neemt haar in zijn armen.
‘Josefien’, zegt hij. ‘My Josefien’.
Gearmd gaan ze op weg. Josefien wil de bus nemen, maar Sigurd troont haar mee naar de taxi-standplaats.
’We hebben iets te vieren’, zegt hij. ‘Iets moois’.
Josefien schrikt.
‘Iets te vieren?’
Wat hadden ze dan te vieren?
Ze zouden de Kerstdagen samen doorbrengen. En oud en nieuw.
Haar oude moeder zou daar ook bij zijn. Die dacht alleen maar dat alle Noren zich een rondje in de rondte zopen.
Mijn god.
Het was wel heel veel allemaal. Zou dat wel lukken?
‘Nice dress Josefien!. May I kiss you’, fluistert Sigurd.
‘Yes, Yes , yes’ , zegt Josefien. ’Do what you wish’.
De taxi wordt bestuurd door een jonge opvallend blonde vrouw.
Josefien vindt dat Sigurd wel erg veel belangstelling voor haar heeft.
Ze zint op een openingsvraag. Repeteert haar huiswerk.
Zou ze nu al beginnen over Grieg? Henrik Ibsen? De Peer Gynt-Suite. Johann Olav Koss? Over die Chinese Nobelprijswinnaar?
‘And’ zegt ze. ‘How was your trip?’.
- Details
- Hoofdcategorie: Josefien (40)
- Categorie: Josefien
Vlinders in de wolken

Ze is inmiddels 51. Josefien.
Lang, mager, onzeker.
Opmerkelijke passie voor vlinders.
Woont met haar oude moeder aan de rand van Haarlem-Noord.
Sinds vorig jaar zomer heeft ze een burnout.
Maar het gaat weer wat beter omdat ze voor ‘t eerst in die moeilijke periode een brief heeft ontvangen.
Een lieve brief, die ze dagelijks leest en herleest.
Ze krijgt er vlinders van in haar buik.
Burnout wordt burnin
Ze weet het niet meer. Josefien. Een week lang was ze in de wolken geweest.
Ze had een brief gehad van Sigurd, de dikke Noor die ze vorige zomer ontmoet had tijdens een cruise op de middellandse Zee.
Hij was verliefd op haar.
Jawel. Op haar!.
En hij wilde naar haar toe komen.
Naar haar!
Ze had hem teruggeschreven. En hem meteen maar uitgenodigd.
Nou ja.
Wat een commentaar ze daar op gehad.
Eerst haar moeder.
‘Een Noor’, had ze geroepen. ‘Een Noor. Wat moet jij nou met een Noor?
Die zijn altijd dronken. En dan gaan ze vechten.
Kun je niet gewoon een Hollandse man vinden? En waar moet hij slapen?
Toch niet bij jou op de kamer zeker? Nee hoor. Komt niets van in.
Hij gaat maar in een hotel of zo. Een Noor. Mijn god. Hoe verzin je het?’
Buurvrouw
Ze was naar haar mooie buurvrouw Laila Hensen gegaan. En had haar de brief voorgelezen.
Laila had al eerder gezegd dat ze verliefd moest worden.
‘Een burnout wordt dan meteen weer een burnin’, had Laila haar gevat toegevoegd.
Maar haar buurvrouw was niet tevreden over die brief. En ze was nog meer ontevreden toen ze Laila het antwoord had voorgelezen.
’Dat moet je heel anders aanpakken’, had Laila gezegd.
’ Niet te gretig doen. Mijn god. Moet ik je dan alles leren? Nu denkt hij dat het meteen voor elkaar is.
En je weet toch wat mannen dan doen? Ze willen alleen maar aan hun gerief komen en dan gaan ze er weer vandoor.
Je moet het ze veel moeilijker maken. Het spel spelen.
Bindingsangst hebben ze. Altijd bindingsangst’.
Therapeute
Maar haar therapeute Rina van Schagen was nog ‘t meest negatief geweest.
’Ik volg met jou een eclectisch traject, Josefien. Dat wil zeggen dat ik het beste voor je uitzoek.
Daarmee stel ik mezelf ook kwetsbaar op.
En dan…dan ga jij zonder mij daarover te informeren zo’n Noor uitnodigen. Zomaar.
Dat doorbreekt onze therapie. Josefien. Zo gaan we niet met elkaar om.
Ons behandeltraject is gebaseerd op volledig wederzijds vertrouwen. Volledig.
Ons traject is nu onderbroken. Gefrustreerd. Vernietigd.
Twaalf sessies hebben we afgesproken. En voor die tijd ga jij geen relatie aan met wat voor man dan ook.
Je zegt hem maar af.’
Josefien zit voor het raam van haar woninkje aan de Vondelweg in Haarlem-Noord.
Ze kijkt naar de koeien en zucht. ’Wat was er nou zo erg?'
Voor ’t eerst in een jaar had ze zich weer een beetje gelukkig gevoeld. Er was een last van haar afgevallen.
Ze wilde Sigurd ontmoeten. Met hem praten; misschien wel met hem vrijen ook ja. Wat was daar nou op tegen?
Waarom waren al die vrouwen toch zo negatief. Gunden ze het haar niet?
Of… -ze rilde even Josefien- … of zouden ze jaloers zijn?
Natuurlijk! Dat was het. Ze waren hartstikke jaloers.
Laila was zo‘n mooie donkere vrouw. En ze kleedde zich altijd zo chique, zo smaakvol en gepast.
Ook Rina was een zeer aantrekkelijke vrouw. Iets jonger dan zij, maar ze leek veel jonger. Prachtig figuur.
Die vrouwen konden altijd en overal mannen vinden.
En nu Josefien eens wat had, gingen ze daarover zeuren.
Lærdal & Peer Gynt Suite
Niets zou ze zich ervan aantrekken. Niets
Ze zou gewoon naar het meeting-point op Schiphol vlinderen.
Ze had alles over zijn woonplaats Lærdal opgezocht. Ze had Henrik Ibsen gelezen. Naar muziek van Grieg geluisterd. De Peer Gynt suite.
Ze wist zelfs dat die engerd, die Geert Wilders muziek van Grieg had gebruikt voor zijn filmpje Fitna.
En Johann Olaf Koss had ze in Heerenveen nog in levende lijve zien schaatsen.
Als het een beetje meezat konden ze samen naar de Elfstedentocht.
Daar kon ze allemaal over vertellen. Josefien. In het Engels. Dat had ze al gerepeteerd.
Nee. Ze zouden zich niet vervelen.
En al die kutwijven moesten het verder maar zelf uitzoeken.
- Details
- Hoofdcategorie: Josefien (40)
- Categorie: Josefien
Een comeback

Ze is inmiddels 51 Josefien.
Mager, onhandig en een beetje in de war. Ze heeft een burn-out gehad.
Sinds zij vorig jaar met een paar vriendinnen een cruise over de Middellandse Zee maakte is het niet meer goed gekomen.
Ze is verward.
Onzeker, bang; sterker: angst. Angst voor mensen, voor gebeurtenissen, voor omstandigheden; angst voor alles.
Huilen moet ze. Zomaar.
Slaapstoornissen. Pillen heeft ze geslikt. Veel pillen. Therapie gedaan.
Sigurd's liefdesbekentenis
Ze zit voor het raam. Josefien. En kijkt naar de koeien in het weiland aan de rand van Haarlem-Noord.
Haar mooie buurvrouw Laila Hensen wist het wel.
’Liefde’ had ze gezegd, ‘er moet liefde in je leven komen’.
Josefien vond dat maar raar. Mannen; nee aan mannen moest ze niet denken.
Tot gisteren.
Toen had ze die brief gekregen. Een echte. Met de hand geschreven in uiterst simpel Engels.
Van Sigurd, de dikke Noor die haar tijdens die cruise steeds wilde versieren. Tot Ernesto was gekomen, de Italiaanse kok, die haar leven meer dan op hol had gebracht.
Eigenlijk wil ze niet meer denken aan het afgelopen jaar.
Ze heeft nu immers die brief. Een larmoyante brief. Een heerlijke brief.
Zo’n brief die je misschien maar één maal in je leven krijgt.
Heerlijk was het. Heerlijk.
Maar ja. Wat moet ze doen. Ze lees en herleest.
‘Ik kan je niet meer uit mijn gedachten bannen. Steeds kom je terug. Josefien. Ik kan er niet meer tegen Josefien.
Je zit in me.
Overal ben je Josefien. Ik kan het niet meer aan. Ik kan het niet verdragen. Josefien.
Alsjeblieft. Ik wil naar je toe.
Ik wil je voelen. Ik wil je omarmen. Ik wil alles voor je doen. Josefien. Alles.’
Hartkloppingen
Ze kijkt in de spiegel en ziet haar hart kloppen. Ze voelt het diep van binnen. Die brief. Voor haar.
Hij was verliefd. Nee: het was erger… hij was totaal van de kaart.
Ze gaat in gedachten terug naar de cruise van vorig jaar.
Sigurd was de dikke Noor, met wie ze een paar leuke dagen had gehad.
Maar ja. Toen was Ernesto gekomen. De verleidelijke Italiaan met zijn mooie ogen, zijn heerlijke figuur, zijn mooie praatjes en zijn snelle pakken.
Ze had die dikke Noor direct voor hem ingeruild.
En over zijn gevoelens had ze verder nooit nagedacht.
‘Heb je wel’, schreef Sigurd , ‘heb je wel nagedacht wat je mij aandeed toen je er met die gladjakker vandoor ging.
Hoe je mijn hart gebroken hebt, Josefien.
Hoe ik smachtend achterbleef op dat rotschip , hoe ik mij moest terugtrekken in dat hutje, hoe mijn reis totaal verknald werd omdat ik jou steeds met die stomme Italiaan bezig zag’.
En dan:
‘Josefien. Alsjeblieft. Als je nog iets om me geeft, als je me nog één keer wil ontmoeten, zeg dan ja Josefien en dan kom ik.
Ik neem bloemen voor je mee. Josefien. Ik neem nog veel meer voor je mee. Ik neem mezelf mee.
Ik heb het afgelopen jaar voor je hard gelopen Josefien. Ik ben voor je afgevallen. Ik heb een haarstukje genomen. Josefien.
Wil je me terug Josefien? Wil je me terug?.
Ik kom. Ik kom direct. Ik kom kruipen desnoods Josefien.
En als ik niet naar jou mag komen, kom dan hiernaar toe. Hier naar Laerdal.
Gaan we skiën Josefien. Langlaufen. Ik zal het je allemaal leren. Alles wil ik je leren. Alles’.
De kaart
Ze zit voor het raam. Josefien. Ze kijkt naar de kaart van Laerdal die hij heeft bijgevoegd.
Mooi. Heel mooi. Zijn stad. Zijn omgeving. En dan die passie. Wat een liefde. En dat voor haar.
Zij, die zo’n moeilijk jaar achter de rug had.
Een jaar vol therapie, van medicijnen, van onzekerheid, angst, emoties en treurnis.
Voor haar die dacht dat er nooit meer vreugde en liefde in haar leven zou zijn.
Wat had ze die arme jongen, die goeie man, wat had ze hem allemaal aan gedaan?
‘Kom’, dacht ze. ‘Kom maar hier naar toe’.
Ze pakt haar mooiste briefpapier en een echte vulpen. En begint te schrijven.
‘Dear Sigurd’.

- Details
- Hoofdcategorie: Josefien (40)
- Categorie: Josefien
Gaten in haar kaakbot

Ze is 50 Josefien.
Woont met haar oude moeder aan de rand van Haarlem-Noord met uitzicht op landerijen en koeien.
Ze ziet terug op een bijzondere en enerverende vakantie: een cruise met vijf vriendinnen op de Middellandse Zee.
Voor’ t eerst van haar leven was ze verliefd geweest.
Dat was toen.
Nu is ze weer terug en heeft last van haar loszittende gebit.
Vandaag gaat daar iets aan gebeuren.
Tien spuiten in de onderkaak
Ze zit achterover in de brede stoel; Josefien. Het was een grote behandelkamer in het Spaarneziekenhuis van Haarlem.
De knappe kaakchirurg had tien spuiten in haar onderkaak gezet. Hij zou direct terugkomen om sneetjes te maken in haar tandvlees.
Dan zouden er gaten geboord worden in haar kaakbot.
Twee implantaten zou ze krijgen. Een soort kunstwortels.
De chirurg zou ze in de gaatjes schroeven.
Binnen een uur zou het allemaal gebeurd zijn.
Titanium
De implantaten waren gemaakt van titanium. Een lichaamsvriendelijk metaal.
Josefien was een beetje geschrokken van de grootte. Ze waren wel twee centimeter.
Als de ingreep voorbij was zou ze zo’n tien weken moeten wachten. Een soort ingroeiperiode. Tot die tijd zou ze met een lege onderkaak moeten leven.
Pap, soep en yoghurt.
Misschien zou ze wel afvallen; Josefien.
Hoewel: liever niet want ze was al zo mager.
Daar is de chirurg. Josefien doet haar ogen dicht. Ze heeft zich voorgenomen om flink te zijn.
Ze zou haar leven gaan overdenken.
Even goed nagaan wat er nu precies fout was gegaan na die heerlijke cruisevakantie op de Middellandse Zee.
Zwoel & verhit
Zwoel was het geweest. Verhit. Verwarrend.
Eerst was er die dikke Noor geweest, die haar overal achterna zat. Tot Ernesto was gekomen. De knappe Italiaanse kok, die haar ’t hoofd meer dan op hol had gebracht.
Mijn god; wat was ze verliefd geweest. Josefien.
Opnieuw ging haar hart bonzen.
‘Gaat het?’, vraagt de chirurg. Josefien knikt maar wat. Hij doet haar aan Ernesto denken.
Het is een nare ingreep. De chirurg heeft gevoelige handen, maar toch wrikt hij af en toe heel hard.
‘Flink zijn’, flink blijven’, denkt Josefien.
Nadat ze in Istanbul waren aangekomen had zij met Ernesto in een huurauto een tocht gemaakt door Turkije.
Haar buurvrouw Laila en haar Italiaanse stuurman Fabio waren er ook bij geweest.
Al snel bleek Ernesto een egocentrische man.
Hij flirtte bovendien heel openlijk met andere vrouwen.
En omdat zij beiden matig Engels praatten, was een goed gesprek ook niet mogelijk.
Aan boord van dat cruiseschip was dat niet zo erg geweest.
Ze waren verliefd en hadden nauwelijks woorden nodig.
Maar nu de magische glans ervan af was viel het tegen.
Smalle kaak
‘Drink maar even wat;’, zegt de chirurg. ’We hebben er nu één in zitten‘
Josefien slikt. Ze kijkt hem aan ,maar hij heeft zijn blik gericht op de jonge assistente.
‘Ze heeft een smalle kaak’, zegt hij. ’Maar we krijgen ze er wel in’.
‘Natuurlijk’, zegt de assistente. ’Natuurlijk krijgt u ze erin’.
Onaangenaam
Toen Josefien en Ernesto al na twee dagen terug waren in Istanbul hadden ze afscheid genomen.
Ernesto ging terug naar Sardinië , waar hij een restaurantje zou openen.
Niet met geleend geld van Josefien, want daar had ze toch maar van afgezien.
En eigenlijk was Ernesto vanaf dat moment zeer onaangenaam gaan doen.
Dat bedacht ze tenminste nu in die grote stoel. ’Natuurlijk!’.
Het was hem alleen maar om dat geld te doen geweest.
Intuïtief had ze dat natuurlijk steeds geweten, maar ze had het naast haar neergelegd.
‘Zo’, zegt de chirurg. ’We zijn klaar’.
U krijgt een receptje mee voor pijnstillers en antibiotica.
’Als u pijn krijgt is dat normaal’.
En als er verder niets bijzonders gebeurt moet u over veertien dagen even ter controle terugkomen’.
- Details
- Hoofdcategorie: Josefien (40)
- Categorie: Josefien
Cruisedagboek 5: Kusadasi- Izmir- Istanbul
Ze is 50 Josefien. Maar sinds een tijdje voelt ze zich tien jaar jonger.
Ze heeft haar ogen laten laseren.
Voorts heeft ze d’r haar laten blonderen en is ze naar een schoonheidsspecialiste geweest. Er kwamen nieuwe kleren, leuke hakschoentjes en een nieuwe push-up BH.
Ze maakt met haar vriendinnen Daphne, Rietje, Ria, Laila en Josje een cruise met de Ronnie Glass over de Middellandse Zee.
Een schip met meer dan 1700 passagiers.
Ze houdt voor mij een dagboek bij en mailt met bewonderenswaardige regelmaat.
Zaterdag 5 september: Kusadasi Turkije
Een spelletje Baccarat
Ik zal het maar bekennen. Ernesto en ik zijn vandaag weer uren in het casino geweest. Daphne vooral maakt zich daar nogal zorgen om. In het begin won ik regelmatig , maar vandaag ging het inderdaad een beetje mis.
Ik ben nog net geen 1.000 Euro kwijtgeraakt. Ernesto, die schat, heeft met iets teveel risico gespeeld. Hij wil graag winnen, want hij heeft schulden.
Daarom schiet ik hem wat geld voor.

Wij spelen baccarat.
Met een paar spelers tegen de bank.
Je krijgt twee kaarten en dan gaat het erom wie het dichtst bij negen is.
Als je denkt te winnen, roep je Banco.
Dan speel je voor de hele inzet tegen de bank.
Het keerpunt -zo heeft Ernesto mij geleerd- ligt bij vijf in de hand.
Dan kun je passen of om een kaart vragen.
Bij minder dan vijf vraag je altijd om een kaart en daarboven pas je.
Simpel maar wel erg spannend.
Zes cruiseschepen
Kusadasi is een drukke stad met een grote haven. Er liggen hier wel zes cruiseschepen. Ik ga met Daphne aan wal. Ze wil eens rustig met me praten. Dat kan omdat Ernesto moet werken en Heinrich, het vriendje van Daphne voelt zich niet helemaal lekker. Het is een wat oudere man met een ringbaardje. Grijs bijna wit haar. Hij ziet er enigszins aristocratisch uit. Maar ik geloof niet dat het erg serieus is tussen die twee. Ik denk dat Daphne mij de les wil lezen over dat casino. Nou ze gaat haar gang maar.
20.00 uur
Ik wist het wel. Daphne maakt zich zorgen. Ze heeft er met de anderen over gesproken. Zelfs met Josje van Dijk. Nou vraag ik je. Ik heb haar meteen maar verteld, dat Ernesto een eigen restaurant wil beginnen in Cagliari.
Dat is de hoofdstad van Sardinië .
Daar komt ‘ie namelijk vandaan.
Hij wil dat ‘t liefst samen met mij doen, maar als ik nog in Holland zou willen blijven begrijpt hij dat ook. Of ik hem dan geld wil lenen om te kunnen opstarten.
Daphne vond dat een idioot plan. “Iddiootttt’, zoals ze zegt. ‘Hij gaat je kaal plukken’, zei ze. ‘Uitbuiten.
Eigen restaurant, toe maar! Je ziet toch aan die gozer, dat hij je gaat inpakken.
Kind, doe niet zo naïef’.
En toen ik zei, dat ik dat ook had bedacht, maar dat je wel eens risico’s in je leven neemt of een gokje waagt werd ze echt kwaad.
Niet normaal zeg.
Ik denk dat ze jaloers is. Zij zit met die ouwe mof en ik ben met een jongere knappe Italiaan. :Logisch dat je dan jaloers wordt.
‘Hopeloos’, zei Daphne. ‘Je bent hopeloos.
‘Hij palmt je in en jij ziet het niet.
Je wilt het niet zien’.
Ze was toen opgestaan en naar de boot teruggegaan.
Nu zit ik in mijn hut alles een beetje te overdenken.
Ik weet het ook niet meer.
Zondag 6 september: Izmir Turkije.
Zakelijke overeenkomst
Daphne heeft het -zoals ze dat uitdrukt- in de groep gegooid. Iedereen weet nu dat ik misschien met Ernesto een restaurantje ga openen op Sardinië . Zij waren het bijna allemaal met Daphne eens, maar ik kreeg ineens steun van Laila.
Zij vindt dat je af en toe eens iets bijzonders in het leven moet kunnen doen. ’Maar dan moet je je wel indekken’, zei ze. ‘Neem een financieel expert in de hand en laat alles vastleggen als je hem geld leent. En leg ook vast dat je deelt in de winst. Dan wordt het gewoon een zakelijke overeenkomst‘.
Ernesto heft de hele nacht gewerkt. Hij blijft vandaag aan boord. Dan kan ik het hem ook niet voorleggen.
Ik zit nu op een terrasje in Izmir. Dat heette vroeger Smyrna. Je weet wel van die tapijten. Overal zie je ze hier in de winkels. Hartstikke goedkoop. Eigenlijk zouden we er een zooitje moeten kopen en voor veel geld in Holland weer verkopen. Dan zou ik Ernesto nog beter kunnen helpen met zijn restaurantje.

We zijn hier vroeg aangekomen. Er was mist en het regende.
Maandag 7 september: Istanbul Turkije
Eind van de reis
Vandaag gaan we naar Istanbul. Het einde van de reis. Ze vliegen bijna allemaal naar huis, maar Laila, Fabio, Ernesto en ik blijven daar nog een paar dagen. Hun werk zit er dan op.
Ernesto wil met me praten, met me lachen, met me vrijen.
Iedereen maakt zich zorgen.
Ze vinden het maar vreemd dat Ernesto in Istanbul kan leven op mijn kosten.
Nou ze gaan hun gang maar.
Voor ’t eerst van mijn leven ben ik los, heb ik het fantastisch naar mijn zin en geniet ik met volle teugen.
Dat gaan ze mij niet afnemen.
Van zijn lang zal ze leven nooit niet.
Dinsdag 8 september: Istanbul Turkije
Les Ottomans

Het regent hier heel hard.
Er zijn overstromingen en er is chaos in het verkeer.
We logeren in Les Ottomans, een prachtig hotel aan de Bosporus.
Heerlijk eten, mooi terras, prachtig uitzicht.
Zelfs met die regen.
Ik moet nog met Ernesto praten over zijn restaurantje in Sardinië .
Maar vandaag niet.
Vandaag gaan we weer lol beleven.
En dit is ons bed. Ons bed ja!
Woensdag 9 september: Istanbul Turkije.
Aya Sofia
Het is nog vroeg. Gisteren zijn we ook nog naar de Aya Sofia geweest.
Vandaag gaan we een auto huren en het land in.
Als de wegen tenminste begaanbaar zijn.
En dan; ja dan gaan we praten.
Dat moeten we echt eens doen.
Echt.

Pagina 2 van 7

