Reizen (518)

 

Het oud-Hollands van Jim Kaat

In 2005 woonden Hugo Kijne en ik een aantal wedstrijden bij van de York Yankees. Wij hadden perskaarten en zaten tussen bekende honkbalverslaggevers. Wij raakten in gesprek met Jim Kaat, een vermaard oud-honkballer (werper), die vorig jaar werd voorgedragen om te worden geïntroduceerd in de Baseball Hall of Fame.  (24 juli a.s.)

      Mister Kaat had gehoord dat wij Nederlands spraken en richtte enigszins plechtig het woord tot ons in een soort archaïsch oud-Nederlands. Hij zou dat in twee volgende wedstrijden opnieuw uitvoerig doen. Jim Kaat kwam namelijk uit het plaatsje Zeeland in Michigan USA. Hij had dat Nederlands geleerd van zijn oma.

      Het plaatsje Zeeland werd in 1847 gesticht door een groep van 457 Zeeuwen, die in drie schepen naar de V.S, gingen onder leiding van de herenboer Jannes van den Luyster uit Borssele. Het waren streng religieuze mensen, die bekend stonden als de afgescheidenen, die de Staatskerk wilden ontvluchten.
      Het stadje heeft tegenwoordig 5.500 inwoners. Een aantal van hen spreekt nog steeds dat oud-Hollands met elkaar. Ze hebben -met een paar aanpassingen- de Zeeuwse vlag overgenomen.


Over Jim Kaat en de Hall of Fame schreef Hugo Kijne eerder dit stukje.


Jim Kaat, Hall of Famer

(Door Hugo Kijne te Hoboken USA)

Bij alle misère die s’ochtends de huiskamer binnenkomt zit soms ook wat goed nieuws, zoals vandaag, toen bekend werd dat Jim Kaat door de ‘Golden Days Era Committee’ is voorgedragen als lid van de Baseball Hall of Fame en in 2022 zal worden geïntroduceerd.  Kaat, bijgenaamd ‘Kitty’, was een pitcher die in vier decennia op het hoogste niveau honkbal speelde, op zich al een bijna unieke prestatie, en toen hij stopte met spelen had hij er 25 seizoenen opzitten, een aantal dat sindsdien alleen overtroffen is door Nolan Ryan, die 27 seizoenen met zijn fastball major league slagmensen domineerde. 
      In tegenstelling tot Ryan beschouwde Kaat zichzelf niet als een ‘ace’ maar meer als een ‘journeyman’, hoewel de statistieken van zijn carrière er zijn mogen.  Hij won 283 wedstrijden en verloor er 237, met een 3,45 ‘earned run’ gemiddelde.  Kaat gooide 180 complete wedstrijden, wat in zijn tijd vrij normaal was maar nu nog maar zelden voorkomt.  Daarnaast was hij befaamd om zijn veldspel, waarmee hij in het totaal 16 keer een ‘golden glove’ won, de trofee voor de speler die in één seizoen op zijn positie de beste veldspeler was. 
      Kaat was drie keer een ‘All Star’ en won met zijn team één keer de ‘World Series’, in 1982.  In tegenstelling tot Ryan had Kaat, een linkshandige werper, niet één pitch waarmee hij slagmensen uit probeerde te krijgen, maar putte hij uit een breed repertoire.  Toen op het einde van zijn carrière zijn fastball en curveball minder effectief werden leerde Kaat de ‘knuckleball’ gooien, een langzame pitch waarvan noch de pitcher, noch de catcher weet waar de bal precies terecht gaat komen, en de slagman al helemaal niet.

      Jim Kaat speelde het grootste deel van zijn carrière voor de Minnesota Twins, waar hij onder andere de mentor was van de enige in Nederland geboren Hall of Famer, Bert Blijleven.  Na zijn actieve loopbaan werd hij televisie commentator van honkbalwedstrijden, eerst van de Twins en daarna van de New York Yankees als opvolger van Tony Kubek, de korte stop van de grote Yankee teams van 1957 tot 1965 en één van de beste honkbal analisten die ik ooit heb gehoord, voor wie Kaat overigens niet onderdeed.  Na kort gepensioneerd te zijn geweest als commentator, wat hem blijkbaar niet beviel, keerde hij in 2007 terug als analist bij het Major League Baseball netwerk, waar hij nog steeds incidenteel commentaar levert. 

18e eeuws Nederlands

Tijdens Kaats jaren bij de Yankees mochten Ronald van den Boogaard en ik een aantal wedstrijden bijwonen in de pers-sectie van Yankee Stadium, voor een VPRO radioprogramma waar Ronald aan werkte, en daar leerden we Kaat kennen.  Het bleek dat hij prachtig achttiende eeuws Nederlands sprak dat hij van zijn grootmoeder in Zeeland, Michigan, had geleerd. Omdat hij het wel leuk vond om de taal van zijn voorouders te spreken met twee van die Hollandse honkbalfanaten hadden we een paar leuke gesprekken.  Wat me daarvan het meest is bijgebleven is dat Kaat tijdens het praten enorme handen vol popcorn in zijn mond gooide en die nooit miste, zoals een groot pitcher betaamt.  Die popcorn bleef dan in zijn open mond rondvliegen zoals in een popcornmachine in een Amerikaanse bioscoop.

      Hoeveel bewondering ik ook heb voor Jim Kaat als honkballer en commentator, ik bewonder hem bijna nog meer als golfer.  Kaat kan zowel links- als rechtshandig spelen, linkshandig heeft hij een handicap van 3 slagen en rechtshandig een handicap van 5 slagen, wat waarschijnlijk geen enkele golfer ter wereld hem nadoet.  Soms gaat hij de golfbaan op met een caddie die twee tassen draagt, één met clubs voor een linkshandige speler en één met clubs voor een rechtshandige speler, en dan speelt hij tegen zichzelf.  Het doet denken aan een gedicht van Godfried Bomans dat eindigt met ‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen’.

 

 

Live verslag van de kermiscarrousel

In 2005 was ik in de Canadese stad Toronto op bezoek bij Bart van Bockstaele, een Belg die daar toen al zo’n 15 jaar woonde. Bart had een heel programma samengesteld.
 
     

      Zo vond hij het een goed idee om samen naar de Niagara watervallen te gaan op de grens van Canada en de USA. Een must vond hij. De ideale huwelijksreis immers voor Amerikanen. Hij wist dat The Falls het mooist en meest indrukwekkend zijn aan de Canadese kant. Dat kwam dus goed uit. Wij namen de bus, want Bart had geen auto. Bovendien kon je volgens hem van zo’n busreis veel leren en in alle rust het landschap in je opnemen.  Van die rust kwam niet zoveel terecht, want Bart vertelde veel over zijn opmerkelijke bestaan in Toronto.

      Hij woonde in een klein vrijgezellenappartement van een flat in het centrum. De flat kende geen dertiende verdieping, want daar wilden mensen vanwege vermeend onheil volgens Bart niet wonen.  

      Of ik mij verheugde op de watervallen? Ik zei ja, hoewel ik mijn twijfels had. Ook vermeldde ik niet dat ik al eens bij de Victoria watervallen op de grens van Zimbabwe en Zambia was geweest. Dat zou een beetje blasé klinken. Uit de literatuur wist ik inmiddels, dat de Niagara Falls minder groot, minder hoog en minder spectaculair zijn dan de Victoria Falls.

      Bart schreef boeken over computers, werkte als vertaler en verrichtte al zijn werkzaamheden via Internet. Zijn afnemers kende hij dus niet persoonlijk. Ze kwamen uit de hele wereld.
      Hij ging nooit naar bed en had zes vierkante meter ingericht als werkruimte. Hij werkte door tot hij in slaap viel.  En als hij wakker werd ging hij gewoon weer door. Bart had een zeer grote belangstelling voor het Verre Oosten. Liep thuis vaak in kimono. Hij studeerde Chinees en Japans. Maakte vertalingen naar het Nederlands vanuit het Engels, Frans, Duits, Russisch, Italiaans, Chinees en Japans. Een paar titels van zijn boeken: Programmeren volgens Bartjes, Snelgids Google & Co en Snelgids Thuisbioscoop.

       Wij bereikten de Niagara Falls. Mooi wel. Imponerend zelfs. Maar in een tocht met een bootje onder de watervallen door, had ik niet zo’n zin. We gingen een café in en namen een drankje.
      En zo bleven we uit de carrousel van souvenirwinkels, kermisattracties, snacktenten, dolletjes verklede types en honeymoonhotels. Tijd dus om even een live-verslag te verzorgen voor het thuisfront.

 

 

 



Volgebouwd & steenrijk

(Door Rolf Weijburg)

Monaco, het prinsdom aan de Côte d’Azur is het op één na kleinste land ter wereld, na Vaticaanstad. Het rijke staatje van amper 2 vierkante kilometer groot is helemaal volgebouwd. Er is daarom geen ruimte voor een vliegveld, maar je kunt er wel op vele andere manieren komen.
      Laten we de toegankelijkheid in de vorm van het aantal grensovergangen van de vier kleinste landen ter wereld eens met elkaar vergelijken. Vaticaanstad (0,44 km² ), Monaco (1,98 km²), Nauru (21 km² ) en Tuvalu (26 km² )

Vaticaanstad

Er zijn zeker acht manieren om het kleinste land ter wereld, Vaticaanstad, in te komen, daarover later meer.


Nauru

Nauru, het op twee na kleinste land ter wereld midden in de Pacific, heeft een kleine haven in het oostelijke district Anibare waar je aan land zou kunnen. Er lag niet één boot toen ik er ging kijken - de plek was populair als zwembad - en er leken geen douanefaciliteiten te zijn.
      In 2018 is er begonnen aan de bouw van een nieuwe haven bij Aiwo in het westen, die zal inmiddels wel klaar zijn.

Met een beetje acrobatiek zou je ook via de grote zogenaamde cantilever-bruggen die de laatste restjes Nauruaans fosfaat in schepen overhevelen, aan land kunnen, maar ik denk niet dat dat de bedoeling is.


Welcome

Handigst is toch per vliegtuig. Een paar keer per week landt er een vliegtuig op Nauru International Airport. Alleen vliegtuigen van Nauru Airlines (die een beetje als de TESO, Texels Eigen Stoomboot Onderneming, aanvankelijk Our Airline was gedoopt) komen er. Maar goed, je kunt feitelijk dus maar op twee manieren Nauru binnen: via de luchthaven of via de (nieuwe) haven.


Tuvalu

Tuvalu, het op drie na kleinste land ter wereld, ook in de Pacific, heeft twee kleine havens, één op het hoofdeiland van Funafuti atol en één op Vaitupu eiland. Daarnaast heeft ieder van de zeven overige atollen wel een steiger of een pier, maar ik denk niet dat daar douanefaciliteiten zijn.

Een vliegveld is er alleen op het hoofdeiland Funafuti. Hier landt slechts drie keer per week vanuit Fiji een vliegtuig. De vliegtuigen hebben plek voor 72 passagiers, maar ze zitten nooit vol. Er kunnen dus maar, buiten de enkeling die over zee aankomt, maximaal 216 passagiers per week het land in waardoor Tuvalu het minst bezochte land ter wereld is.

Het vliegveld neemt verhoudingswijs een enorm deel van het totale oppervlak van Tuvalu’s hoofdeiland in beslag en wordt daarom uit noodzaak gebruikt als dorpsplein, evenemententerrein, sporthal, fitnesscenter en voetbalveld.

 



Brandweer

Bij het naderen van een vliegtuig rijdt de lokale brandweerauto met de sirenes aan een paar keer de landingsbaan op en neer om de bevolking te manen de landingsbaan te verlaten.
      Drie grensovergangen dus in Tuvalu, of, vooruit, als we de steigers van de andere atollen meerekenen, eventueel tien.


Haven Monaco

Maar dan Monaco. Hoe kom je Monaco in?
      Je kan er met je jacht aanleggen in één van de twee havens: Fontvieille of La Condamine, maar dat kost je wel een kapitaal aan liggeld.
Iets goedkoper kan het in de kleine marina van Larvotto, maar dan mag je boot niet al te groot zijn.

In de zomermaanden is er een veel voordeliger reguliere bootverbinding vanuit Saint Tropez, Cannes en Nice in Frankrijk die je in een aangename zeebries langs de drukke en volgebouwde Côte d’Azur naar de haven van La Condamine brengt.

Station

Nog voordeliger is het om de trein naar Monaco te nemen. Het oude, typisch Franse stationnetje is enige jaren terug vervangen door een hypermodern stationscomplex wat verder naar het noordoosten, vlak tegen de grens met Frankrijk met verbindingen naar Frankrijk en Italië.

Heliport

 

Monaco heeft geen vliegveld, maar je kunt er wel per helikopter komen. Vanaf de Franse luchthaven Nice Côte d’Azur vliegt soms wel ieder kwartier een helikopter naar het heliport aan de kust in de moderne Monegaskische wijk Fontvieille.
      De vlucht duurt slechts zeven minuten maar als enige passagier gezeten naast de piloot vond ik het, hoewel ook niet echt voordelig, zeker de fraaiste manier om het Prinsdom te bereiken.

Vier plekken (vijf als je de Marina van Larvotto meetelt) dus in ieder geval waar je Monaco binnen kunt. Over zee, per helikopter en met de trein.

      Maar hoe zit het met de grensovergangen over de weg?

Enige tijd terug ging ik eens kijken op hoeveel plekken je nou eigenlijk - behalve via het station - over land Monaco in kunt, en begon aan de 4,4 kilometer lange wandeling langs de Monegaskische grens ...

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen

 

 

 

 Voorjaar 2004

Een gemiste wedstrijd

In theorie klopte het. Vlucht MP 645 van Martin Air zou om kwart voor drie landen op Miami International Airport in Florida. Om kwart over vier zou in het Dolphin Stadium de honkbalwedstrijd in de National League tussen de Florida Marlins en de Chicago Cubs beginnen. 

      Ik zou een taxi nemen naar het stadion en na afloop slapen in het Catalina hotel aan Collins Avenue. In mijn binnenzak zat een perskaart voor die wedstrijd. Recht achter de thuisplaat zou ik zitten. De volgende ochtend om negen uur zou ik doorvliegen naar Bolivia. Zware bagage kon in de kluis op het vliegveld.
      Mooier kon het allemaal niet.
Vlucht 645 arriveerde op tijd. Het vliegtuig werd snel ontruimd. Dat ging dus voorspoedig. Tot ik arriveerde in de aankomsthal. Bij de douane stonden duizenden mensen in achttien rijen van minstens vijftig meter lang te duwen en te trekken. Een volstrekte chaos.

Een paar Colombianen, die voor mij in de rij stonden waren na ruim drie uur wachten aan de beurt. Ze hadden een ander formulier in het Spaans ingevuld, maar dat was niet naar wens van de mevrouw achter het loket. Zij reageerde grof en onbeschoft en stuurde de mensen terug. Zij wees naar achteren en zei: “Ga maar terug. Daar achter zijn mensen, die je helpen om het formulier in het Engels in te vullen’.

Zo mogelijk nog onbeschofter waren de mannen & vrouwen, die de bagage controleerden. Een ieder, die er een beetje Arabisch uitzag werd er uitgehaald en gecontroleerd. De spullen werden uit de tassen gehaald, op een hoop gegooid en niet terug gestopt. De mensen werden ook uitvoerig gefouilleerd. Sommigen verdwenen in hokjes, waar ze -werd mij verzekerd- tot diep in hun anus werden gecontroleerd.

Waarop?
      Tja.

Narcotica mag je niet binnen brengen. Chemicaliën ook niet. Medicijnen alleen met een doktersverklaring,.
      Verder is het verboden om bij je te hebben: fruit, groenten, planten, plantaardige producten, aarde, vlees, vleesproducten. Ook geen vogels, slakken en andere levende en/of wilde dieren.

ONGEACHT HET BEDRAG.

Om nog even te onderstrepen, dat je hier een echt kapitalistisch land binnengaat, leer je dat het vervoer van valuta of waardepapieren -ongeacht de waarde- natuurlijk wel is toegestaan.   

      In mijn bagage zat een pakje stroopwafels, waarvan de stroop steeds stroperiger werd. Die had ik bij me voor de mevrouw bij wie ik in Bolivia op bezoek zou gaan. Twintig meter voor het loket, heb ik dat spul maar in een vuilnisbak gekieperd.

      En de wedstrijd… ach de wedstrijd was in de negende en laatste inning toen ik op mijn hotelkamer arriveerde. 
Gelukkig verloor het team uit Miami dik.

 

 


The peeling Tourist

(Door Rolf Weijburg)

Ik moest eerst een tijdelijk lokaal rijbewijs kopen - een papiertje dat zowel het rijbewijs zelf als de kwitantie voor de betaling was – voordat ik een auto kon huren en aan de linker kant van de weg vanuit Castries het binnenland in reed.

 

Plantages
Het was druk op de weg. Kleine vrachtwagens, groepstaxibusjes en personenauto’s lieten de stedelijke bebouwing achter zich en doken een wereld van kleine gehuchten en dichte tropische begroeiing in.
      Ik hobbelde mee in mijn oude Subaru. Tussen het uitbundige struikgewas onder de bomen zag ik cacao, mango en papaja alsof het er wild groeide, maar ieder van die struiken en bomen was door iemand geplant (bij voorkeur bij volle maan zo zei men, om je van een goede oogst te verzekeren) en zorgde voor voedsel en inkomen.
      Plantages zijn in dit deel van het eiland voor het ongeoefend oog moeilijk te herkennen. De weg kronkelde omhoog, de centrale bergrug over. Af en toe flitsten doorkijkjes over prachtig en wild landschap voorbij.


Slechte weg

Naar gelang ik verder oostwaarts reed loste het meeste verkeer op en werd de weg slechter. Net zoals op bijna alle eilanden van de oostelijke Cariben was ook op Saint Lucia de oostkust minder goed bedeeld dan de westkust. De eerste wereld dobberde op hun jachten op het rustige water langs de prachtige westkust. De tweede wereld bevond zich op het westelijk deel van het eiland, waar de hotels staan, de stranden door toeristen worden bezocht en de infrastructuur mede vanwege dat toerisme, redelijk goed voor mekaar is.
      In het oostelijk deel beukte de Atlantische oceaan op de kust. Door de hoge krachtige golven is zwemmen er af te raden en cruisen met je jacht zo niet gevaarlijk dan toch zeker minder relaxed. Dit was de derde wereld, waar toeristen nauwelijks komen, waar altijd weer minder overheidsgeld terecht komt en alles net wat minder is dan in het westelijk deel.

 


Praslin Bay

Ik bereikte de oostkust bij Dennery en volgde de weg verder naar het zuiden naar een baai waarin enkele kleine eilandjes de golven trotseerden.     Dit was Praslin Bay met op en rondom de eilandjes het Frigate Islands Nature Reserve, waar een fregatvogelkolonie huist en de fer-de-lance , een giftige slang, in zijn geïsoleerde bestaan op de eilandjes gelukkig weinig slachtoffers kon maken.


Gombomen

 

Er groeiden hier gombomen, grote bomen uit de Eucalyptus-familie, die vanwege hun afbladderend schors door de plaatselijke bevolking the peeling tourist worden genoemd. De bomen werden gebruikt voor de bouw van de grote lokale kano’s, maar dat ambacht is vrijwel geheel ter ziele gegaan door de import van kunststof vaartuigen vanuit onder andere Trinidad.

      De weg draaide naar het zuiden en in het landschap werden steeds meer bananenbomen zichtbaar.


Bananen



Bananen groeien in Saint Lucia al sinds het begin van de 16e eeuw, toen de planten er vanuit de Canarische eilanden werden geïntroduceerd. De productie van de plant trok echter pas echt aan in de jaren vijftig van de vorige eeuw toen de suikerrietindustrie in verval raakte. Jaarlijks groeiden de oogsten en in 1986 was Saint Lucia de grootste bananenexporteur van de oostelijke Cariben, goed voor 53% van de totale Caribische Export.
      Dat kwam voor een niet onaanzienlijk deel doordat Saint Lucia sinds zijn onafhankelijkheid kon genieten van een speciale voorkeursdeal met de Britse ex-kolonisator die het land vele jaren lang een vaste afname voor een vaste prijs garandeerde.

Het veranderde in 1993 toen de Europese Unie de markten opengooide en de Britse voorkeursregeling moest worden afgeschaft. Saint Lucia moest op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Door onder andere corrupte ministeries en exporteurs, maar ook door de enorme concurrentie uit bijvoorbeeld Zuid Amerika werd het steeds moeilijker goede exportprijzen te bedingen en konden de Saint Luciaanse boeren nog nauwelijks meer van hun productie leven.
      Er kwamen opstanden en op 5 oktober 1993 werd onder leiding van het Banana Salvation Committee de Grote Staking uitgeroepen. Bananenboeren stopten met oogsten en gingen de straat op. Collega’s die niet aan de staking mee wilden doen werd het onmogelijk gemaakt om hun producten naar de havens te brengen. De stakers eisten minimum prijzen en garanties, vertrek van de betrokken ambtenaren, het aftreden van de regering. De gemoederen liepen dusdanig hoog op dat soldaten van de gehate Special Services Unit werden opgeroepen. Twee dagen later, toen de opstand maar in heftigheid bleef toenemen, schoten de soldaten met scherp. Ruim zestig mensen raakten gewond, twee boeren vonden de dood.
       De premier vertelde enkele uren later op tv dat “The hooligans got what they deserved”.
De staking is een soort nationaal trauma geworden maar hoewel het destijds de overheidskringen flink heeft opgeschud, is de Saint Luciaanse bananenexport nooit meer uit het slop geraakt. Bananenbomen zijn niet sterk en ziektes en allesverwoestende cyclonen hebben de plantages flink gedecimeerd en versnipperd. De kwaliteit van de vruchten verminderde en de prijzen kelderden. Afnemers haakten af. De export fluctueerde maar de ingezette neergaande spiraal bleef jaar na jaar doorgaan. Stonden er in 2018 nog wekelijks gemiddeld twaalf containers vol bananen in de haven van Castries op verscheping te wachten, in 2020 was dat er nog maar één. De hele agrarische sector in Saint Lucia is inmiddels nog maar goed voor 3% van het nationaal product (toerisme en de financiële sector zijn nu de grootverdieners), maar met 20% van de arbeidsplaatsen blijft het een belangrijke, zij het arme, speler op het eiland.

Mamiku

Een van de grotere overgebleven bananenplantages bevindt zich een stukje ten zuiden van Praslin Bay bij het Mamiku Estate. Deze Estate ontstond in de late achttiende eeuw en was oorspronkelijk een suikerrietplantage. Nu staat het er vol met bananenbomen en sinds de jaren 90 is er een mooie botanische tuin bij aangelegd waar je kunt wandelen tussen het exotisch groen en de kleurige bloemenpracht van ruim driehonderd plantensoorten. Kolibries met fosforescerend blauwe vleugeltjes vliegen er af en aan. Het oorspronkelijke plantation house was verdwenen, maar er was een nieuw hoofdgebouw voor in de plaats gekomen waar je heerlijk kon lunchen.

      Toen ik vertrok en weer de kustweg naar het zuiden opreed begon het enorm te regenen. Eén van die heftige tropische buien die plots uit de lucht komt storten en net zo plots weer ophoudt. Mensen langs de weg beschermden zich tegen te stortvloed met in der haast afgebroken bananenbladeren als paraplu.

“Local Beauties nr. 14, Rolf Weijburg,2006,  kleurets 14x14 cm


Maria Islands

Ik reed verder tot aan Vieux Fort, een middelgrote stad op een schiereiland aan de zuidelijkste punt van Saint Lucia. Vieux Fort ligt vlak onder de grote internationale luchthaven Hewanorra, maar profiteert daar nauwelijks van omdat aankomende toeristen direct naar de westelijke toeristenhotels en stranden worden afgevoerd. Het is een wat allureloos stadje met een grote jachthaven en een paar kleine eilandjes voor de kust, de Maria Islands.

De smalle hoofdweg draaide weer noordwaarts en trok zigzaggend door een theater van prachtige uitzichten de dichtbegroeide bergen weer in. Ik reed achter de van alle kanten spectaculaire Pitons langs en toen de zon de horizon raakte was ik weer terug in Castries.
      Een cruiseschip verliet net de haven. De staatskas was weer wat gespekt.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen


 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh