Poëzie (358)

 

Van Hugo Raes

Waddeneiland

Misschien dat ik alleen ben
de geluidloze vissen in de omgeving
de vogels langs de biezen

Eenzaamheid: een bevrijding

Hier zijn de onbetwijfelde zekerheden:
de wind op de eilanden
en morgen weer ontmoeting met de regen
in het noorden, zeggen wij, en wijzen
de zee het meesterlijk zand met kleine
en grote kloaakdieren fossiele schelpen
aangespoeld
en aangerande of neergevallen dode meeuwen
een zeekond, een zeerob achter het verste wad

en verder voorbij

het verglijden van zand en zee.

 

 

Van Richard Minne


*

De zee is idioot:
Wat water, een boot;
en even later:
Een boot en wat water.

De zee is idioot:
de boot in het water
en even later
het water in de boot.

 

 

Het Stoomgemaal te Sluis aan de Lek

Het was op een maandag in mei. Om precies te zijn 11 mei 1908. Op die dag werd Ida Gerhardt drie jaar.
       En ter gelegenheid van haar verjaardag mocht ze met haar vader mee naar Het Gemaal.
Zij woonde toen in Gorinchem (Gorcum). Het gemaal lag aan de Lekdijk.  Een afstand van ruim 16 kilometer.
       Ze schreef er een schitterend gedicht over: In memoriam Patris.

Om welk gemaal gaat dit en hoe slaagde vader erin om in 1908 met een meisje van drie jaar die afstand vice versa op één dag af te leggen?

Ik heb nogal wat moeite moeten doen om die antwoorden te vinden. Daar kom ik op terug, maar lees eerst het gedicht:


In memoriam Patris

Mijn vader heeft de waterlaarzen aan.
Wij samen zijn de Lekdijk afgekomen.
Ik ben voor mijn verjaardag meegenomen;
hij moest vandaag bij het gemaal langs gaan.

Gemaal: dat is je vader horen noemen
die vreemde woorden van een andere taal
als hij de waterstand leest van de schaal;
te ademen in het onbenoembaar zoemen
dat gonzend omgaande aanwezig is.
En, niets te zeggen als hij bezig is:

'Dat is een man, daar kun je staat op maken'
Als op de zaken orde is gesteld
doen wij op huis aan. Een lucht van geweld:
Gorcum ligt al door wolken overkraagd.
Geen noodweer en geen wereld kan mij raken
als hij, het laatste stuk, mij op de schouders draagt.
 
De Datum

Vader was directeur van de Ambachtsschool in Gorinchem.
      In juni 1908 verhuisde het gezin naar Schiedam omdat vader daar eenzelfde functie ging bekleden.
Ida Gerhardt was toen drie jaar oud.


Het Gemaal

Het gaat om het gemaal “Boezem van de Zederik’’. Dat ligt in het buurtschap Sluis bij Ameide, aan de Oude Zederik vlakbij de Lekdijk.
      Gebouwd in de jaren 1890-1893.
Twee stoomketels dreven het gemaal aan. Het zou dienst doen tot 31 oktober 1945.

Anno 2020 staat het gemaal er behoorlijk ontzield bij. Kapotte ramen, scheuren in de muren en binnen opgeslagen rommel.


Een aangetaste deur,

Begroeide achterzijde.


Oude Zederik

 

De werkzaamheden
Omdat vader -vond hijzelf- niet zoveel verdiende, had hij diverse bijbaantjes.
      Onder meer het opnemen van de waterstanden in het gemaal.


De boottocht

Er ging in die tijd dagelijks een stoomboot over het Merwedekanaal van Gorinchem naar Vianen.
      Vader en dochter namen die boot en stapten uit in Meerkerk.


De wandeling

Van Meerkerk naar het gemaal was het nog zo’n vijf kilometer. Dat hebben ze wandelend langs de Oude Zederik in ongeveer anderhalf uur afgelegd.
      ’s Middags nadat de werkzaamheden verricht waren legden ze diezelfde route weer af.
Terug in Gorcum begon het te onweren en nam vader zijn dochtertje op de schouders weer mee naar huis. Voor de kleine Ida een onvergetelijke gebeurtenis.
     
Waarschijnlijk één van haar allereerste herinneringen  


De Lekdijk

De Lekdijk is een lange dijk langs de rivier. Anno 2020 is de smalle weg gerenoveerd en in goede staat.  
      Je kunt de rivier over een grote afstand volgen.
Een prachtige tocht via Ameide, Tienhoven, Langerak, Nieuwpoort, Groot-Ammers, Streefkerk, Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk naar Alblasserdam.


Bronnen

Ik heb om dit verhaal rond te krijgen contact gehad met:

--- Poëzieroute Gorinchem

--- Regionaal archief Gorinchem

--- De Nederlandse Gemalenstichting  


--- Historische vereniging Oud-Gorcum

Verder heb ik gegevens ontleend aan het boekje Trots en in zichzelf besloten: Ida Gerhardt. Afkomst en eerste deel van haar leven.
      Geschreven door Mieke van den Berg en Dirk Idzinga.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Van Jan Hanlo


Hond met bijnaam Knak

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
god, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak

 

 

 

Nooit een pakje, nooit een zoen

Het vers werd geschreven in 1937 in Batavia door Brammetje, pseudoniem voor de KNIL-kolonel M.H. du Croo.
      Hij was toen vijftig jaar. Een heer op leeftijd vond hijzelf.
Rustig en eenzaam zit hij op zijn vrije zondagochtend in zijn luierstoel, een stoel dus waarin je heerlijk kunt luieren.
      Gescheiden en kinderen in Nederland.

Vijftig jaar! En dan al een HEER OP LEEFIJD.

      Mijn god. Ik heb een zoon van vijftig!


Van Brammetje

Heer op leeftijd

Heer op leeftijd, zondagmorgen
Boekentrommel, luierstoel
Netjes in z'n zit-pyjama
Rustig vrije-dags-gevoel
In z'n ene vrije kamer
Kopje koffie en sigaar
Boeken, kains en wat portretten
Bijna eenenvijftig jaar

Heer op leeftijd, rustig, eenzaam
Zonder vrouw en zonder kind
Donderdags een vast partijtje
Hier en daar een borrelvrind
Dochter al getrouwd in Holland
zoon studeert nog, en hun ma
Da's al vijftien jaar geleden
Ergens in Batavia

Ouwe heer krijgt zelden brieven
Nooit een pakje, nooit een zoen
Langzaam glijdt zo'n zondagmorgen
Door z'n stille paviljoen
In z'n eentje lekker soezen
Knikken tegen een portret
Borrel, erwtensoep-met-kluifjes
Glaasje bier, en dan naar bed

Heer op leeftijd, zoon in Holland
Schiet niet op, en pa betaalt
Meisjes, muisjes, beertjes, boeken
Onvoorzien en, onbepaald
Jaren nog een paviljoentje
Elke ochtend naar kantoor
Altijd weer dezelfde taxi
En dezelfde straten door

Heer op leeftijd, zondagmorgen
Langer slapen, laat ontbijt
Radio en plaatjes kijken
Hele ochtend vrije tijd
Spinnen aan verleden dingen
Ouwe-heertjes lief en leed
Alles wat al lang voorbij is
En waar niemand iets van weet

 

Lief & Leed


Een kain is een kledingstuk, een doek, een sarong eigenlijk.
     
Maar de heer op leeftijd lijkt me geen man, die zelf erwtensoep -met-kluifjes maakt. En in ons Nederlandsche Indië was daar toen niet eenvoudig aan te komen.  
      De heer op leeftijd heeft dus een Nederlandse mevrouw aan het werk, die opruimt en voor zijn kostje zorgt. En het bovendien niet erg vindt dat hij sigarenrokend in zijn zitpyjama borrelt en zijn ouwe-heertjes lief en leed met haar deelt.  En wie weet wat nog meer.

      M.H. du Croo was vaste tekstschrijver voor Cor Ruys. Hij schreef ook boeken en columns onder het pseudoniem Abraham Exodus.
Onder meer ‘’Het land van bij-ons-buiten”, ‘’Ons Platje’’ en ‘’Marechaussee in Atjeh’’.

 

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje