Van Eva Gerlach
Een heer in een ver land
Het kiezelpaadje in de zon, je riep
‘Daar is hij’ en daar kwam hij over het water,
zijn boot voer gaten in het riet, hij liep
met ons naar huis. Iedere avond later.
Mijn enkels hield hij vast en met mijn handen
stijf om zijn voorhoofd zei ik wat ik zag,
een boot met een schuin zeil waar vuur in brandde.
Zijn haar was rood en waaide als een vlag.
Mijn vader was een heer in een ver land.
Hij belde nooit meer op. Hij wou daar blijven.
Ik schreef zijn naam met ballpoint in mijn hand.
Toen hij mijn vriend was, kon ik nog niet schrijven.
Ik wist nog hoe hij me op zijn schouders droeg
en hoe ik me vasthield aan zijn grijze benen
en hoe hij zei: ‘Ik moet wat van je lenen’
als hij mijn spaarvarken aan stukken sloeg.

