Nacht- & roofverboden
Ik nachtvis; zij nachtvist; hij nachtviste, wij hebben genachtvist (''wij hebben nachtgevist'')
Ik roofvis; zij roofvist, hij roofviste, wij hebben geroofvist (''wij hebben roofgevist'')
Nacht- & roofverboden
Ik nachtvis; zij nachtvist; hij nachtviste, wij hebben genachtvist (''wij hebben nachtgevist'')
Ik roofvis; zij roofvist, hij roofviste, wij hebben geroofvist (''wij hebben roofgevist'')